Eén druk op de knop en we hebben direct de beschikking over bijna elke film die we maar willen zien, waar we ook zijn. Wat een contrast met honderd jaar geleden, toen film nog een ongrijpbare wereld was van krakende apparatuur, flikkerend licht en handmatig bediende projectoren. Waar we nu gewend zijn aan de eindeloze stroom van digitale data, was de vroege cinema een ambacht van pure mechanica. Hoog tijd om daar eens lekker in te duiken.
De geboorte van de beweging en kleur
De echte revolutie begon aan het eind van de 19e eeuw, toen de cinematograaf van de gebroeders Lumière voor het eerst een trein het station liet binnenrijden op een wit doek. Cinema was toen nog letterlijk ‘stom’: zonder geluid en zonder kleur. In de jaren ’20 volgde de overwinning op de stilte met de komst van de ’talkies’ en kort daarna bracht Technicolor kleur ind e filmwereld, die de verbeelding nog meer prikkelde. Decennialang bleef celluloid, de fysieke filmstrook, de enige manier om verhalen te delen. Achter in de zaal zorgde een vakman – de operateur- ervoor dat de zware celluloidrollen op het juiste tempo draaiden. Het was een ambacht van hitte, olie en precisie. Wanneer de filmstrook knapte of de lamp doorbrandde, stopte de magie onmiddellijk.
In de tijd van de 'stomme film' werd er vaak een verteller (de explicateur) ingehuurd om het publiek uit te leggen wat er precies op het scherm gebeurde.
De digitale aardbeving: Van celluloid naar bits
Vanaf de jaren ’90 begonnen de fundamenten van de filmwereld te trillen. De komst van digitale camera’s en projectoren betekende het einde van de fysieke filmrol. Film werd niet langer ‘gedraaid’, maar opgeslagen als bits en bytes. Deze revolutie maakte de weg vrij voor de wereld waarin we nu leven: die van de totale beschikbaarheid. De stap van de bioscoopzaal naar de videoband, de dvd en uiteindelijk de streamingdienst heeft de macht volledig bij de kijker gelegd.
We kijken wanneer we willen en kunnen pauzeren wanneer het ons uitkomt. Het ‘collectieve moment’ in een donkere zaal heeft voor een groot deel plaatsgemaakt voor de individuele beleving thuis. Toch is er in die overvloed ook wel iets verloren gegaan: de tastbaarheid van film, de geur van warme elektronica en het rustgevende, mechanische getik van de projector zijn herinneringen aan een tijd waarin film nog een fysiek wonder was.
Een eerbetoon aan de bioscoop van weleer
Dit ambacht van de ‘fysieke’ film staat centraal in de film die we dit weekend bij ONS vertonen. In de Britse komedie The Smallest Show on Earth (1957) maken we kennis met ‘The Bijou’, een bioscoop die stil is blijven staan in de tijd, net op het moment dat de televisie de huiskamers begon te veroveren. We zien de strijd van een jong echtpaar dat de vervallen theaterzaal probeert te redden, omringd door excentrieke medewerkers zoals de geniale acteur Peter Sellers als de benevelde projector-operateur Percy Quill. Het is een film die de ziel van de oude bioscoop vangt, precies tussen de oude tradities en de opkomende moderne tijd in.
Kijk op zaterdag 28 februari om 14:00 uur naar The Smallest Show on Earth bij ONS en beleef de nostalgische magie van de projector opnieuw. (Herhaling op zondag 1 maart om 12:00 uur)